Ons Café Restaurant heeft 
verruimde openingstijden i.v.m. de zomervakanties 

Nationaal Park de Biesbosch
Nationaal Park De Biesbosch is een beschermd natuurgebied en het grootste zoetwatergetijdengebied van Europa. Dat houdt bijvoorbeeld in dat je er veel wilgenvloedbossen en kreken vindt. Bij het zien van de ruige en hoog opgaande wilgenbossen vergeet je dat je in Nederland bent! Lees hieronder meer over de geschiedenis, natuur, het landschap en de ontwikkeling van dit gebied. Ontdek welke planten en dieren je er tegenkomt en hoe het Nationaal Park samen met Staatsbosbeheer en andere partners hard werkt aan het beheer en behoud van dit bijzondere gebied! De Biesbosch wil je immers beleven én behouden!

Historie
Tegenwoordig kennen we De Biesbosch vooral als natuur- en recreatiegebied. Dat was niet altijd het geval! Vroeger stonden arbeid en landbouw voor velen centraal in De Biesbosch.

Biezen snijden
De ‘oude’ Biesbosch voorzag vele mannen en vrouwen van werk en het gebied werd intensief gebruikt. Deze verschillende vormen van gebruik gingen min of meer gelijk op met de op- en aanslibbing van het gebied. In open water vestigen zich – na sedimentatie – de eerste planten: biezen. Het hele gebied dankt er zijn naam aan! Deze specifieke (manshoge) mattenbies werd commercieel geoogst en gebruikt voor de vervaardiging van stoelzittingen: wie kent het ambacht ‘stoelenmatten’ nog?! Tegenwoordig worden er in De Biesbosch geen biezen meer gesneden voor commercieel gebruik, maar hier en daar komt de mattenbies nog wel voor.

Riet snijden
Door opslibbing van het biezengors (de begroeide grond) raakte het land geschikt voor de groei van riet. Het riet uit De Biesbosch stond bekend om zijn lengte. Bossen van vier, vijf meter lang waren eerder regel dan uitzondering. Indrukwekkend! Elk voorjaar kleurden de rietgorzen bovendien botergeel, door de uitbundige bloei van spindotters (bloem). Net als biezen wordt er tegenwoordig commercieel ook geen riet meer gesneden in De Biesbosch.

Gras-, wei- en bouwland
Door de wisselende waterhuishouding (Deltawerken) van De Biesbosch lagen de rietgorzen hoger en droger. Ze begroeiden daardoor met ruigtekruiden zoals haagwinde, braam en het harig wilgenroosje. Een volgende stap in de omvorming van dit gebied was het rietgors omzetten naar (hak)griend: vochtige akkers. Percelen werden afgesloten en met behulp van duikers regelden ze de waterstanden van het gebied. Deze vochtige akkers vormden ze vervolgens om naar landbouwpercelen. Na het rooien en malen van de griendstoven werd de gewenste waterstand bereikt. Het gewonnen land werd gebruikt als gras-, wei- of bouwland. In de laatste jaren zijn er juist weer landbouwpolders verdwenen om ruimte te maken voor de rivier: een belangrijk aspect van natuurontwikkeling.

Griend hakken anno nu
Tot de afsluiting van het Haringvliet (1970) werden de buitendijkse grienden regelmatig gehakt. Het hout had allerlei functies: paaltjes voor in een weiland, hoephout, gereedschapsstelen en Gelders rijshout. Sommige griendwerkers hakten wel dertig verschillende soorten gebruikshout! Tegenwoordig wordt er nog maar weinig griend gehakt: in totaal zo’n twintig hectare. Op die hakpercelen groeien elk voorjaar smeerwortel, bittere veldkers, look-zonder-look, fluitenkruid, bitterzoet en holpijp in de greppels.

Weelderige wilgenbossen
Door het verdwijnen van de griendcultuur veranderden hakstruiken in bomen en hakgrienden geleidelijk in weelderige wilgenbossen. Typisch voor De Biesbosch zijn die schots en scheef staande bomen. De horizon van De Biesbosch is daardoor zo’n 25 tot 30 meter ‘hoger’ komen te liggen. De eens zo massaal groeiende brandnetels worden nu plaatselijk volledig verdrongen door de reuzenbalsemien: een kruidachtige plant met roze en witte bloemen die wel 2.5 meter hoog wordt. Aan de randen van de wilgenbossen groeien soorten zoals berenklauw, grote klis, moeraskruiskruid, rivierkruiskruid en grote kattenstaart. Stuk voor stuk prachtige planten met kleurrijke bloemen. Niet geschikt om te snijden of hakken, maar des te meer om van te genieten tijdens je wandel-, fiets- of boottocht door De Biesbosch!

Nationaal Park
De Hollandse Biesbosch is een natuurgebied tussen de rivieren de Nieuwe Merwede en de Beneden-Merwede en maakt samen met de Brabantse Biesbosch deel uit van het Nationaal Park De Biesbosch.

Nationale Parken in Nederland
In Nederland is het ministerie van Economische Zaken verantwoordelijk voor het behoud, de ontwikkeling en bevordering van natuur, landschap en educatie. Vanaf 1980 is daarom een stelsel van twintig Nationale Parken opgericht: het gaat om belangrijke natuurgebieden met een hoge natuurkwaliteit. In 2013 besloot de rijksoverheid de landelijke verantwoordelijkheid voor de Nationale Parken te delegeren aan provinciale overheden. Met die beslissing verloor Nationaal Park De Biesbosch maar liefst € 500.000 aan subsidie van de rijksoverheid. Daarnaast wordt er ook door gemeenten en natuurorganisaties bezuinigd. De Biesbosch ontwikkelt daarom zelf verdienmodellen om bijvoorbeeld recreatieve voorzieningen te financieren.

Dieren
In De Biesbosch tref je verschillende dieren aan. De meest beroemde Biesboschbewoner is toch wel de bever: de trots van De Biesbosch! Lees meer over dit grote knaagdier, maar ook over andere bosdieren als de vos, ree, boommarter, haas en Noordse woelmuis.

Bever
In 1988 zijn de eerste Nederlandse bevers – na het uitsterven van deze diersoort in 1826 – geherintroduceerd in De Biesbosch. In twee decennia hebben ze zich flink uitgebreid. Bij een grootschalige inventarisatie in 2014 (in samenwerking met de zoogdierverenging) waren er ruim 107 beverburchten aanwezig in het Nationaal park. Bevers zijn echte familiedieren en leven vaak met zo’n 4 tot 6 bevers bij elkaar. Het is goed mogelijk dat één familie bevers gebruikmaakt van meerdere burchten. Het huidige aantal bevers in De Biesbosch wordt anno 2015 geschat op meer dan 250 exemplaren.

In 2013 en 2014 kregen nieuwsgierigen middels camera’s een kijkje in de beverburchten op de website volgdebever.nl. Hieronder een aantal leuke weetjes over dit grootste knaagdier van Europa en de rockster van De Biesbosch!

Bevers spotten
De bever is het icoon van Nationaal Park De Biesbosch. Er leven wel meer dan 300 bevers in de Biesbosch! Wil je mee op zoek naar dit grote knaagdier? Vanuit Vissershang vertrekken er bevertochten. Dit zijn fluistertochten met een rondvaartboot, wandeltochten.

Algemeen
Castor fiber is de Latijnse naam van de bever
De bever is het grootste knaagdier van Europa
De lengte is 70-100 cm. De staart 25-37 cm lang en 12-16,5 cm breed!
De staart van een bever heeft schubben
Het gewicht van een bever is 15 tot maar liefst 35 kg
Mannetjes en vrouwtjes zijn even groot, in tegenstelling tot bij veel andere diersoorten
De beverpels heeft tot 23.000 haren per cm2 (in vergelijking: de mens 300 per cm2)
Bevers worden gemiddeld 8 tot 12 jaar
Een bever eet wortelstokken en de bast van zachte houtsoorten als populier, wilg en kruidachtige planten en boombladeren
De bever heeft eivormige keutels van 2 tot 4 cm lang
Bevers eten hun eigen keutels!

Voortplanting
Een bever krijgt 1 tot 6 jongen per keer
Bevers paren in januari en februari
De draagtijd van een bever is circa 105 dagen (3,5 maand)
Jongen worden tussen april en juni geboren
De jongen zogen tot 6 weken en gaan na een maand al over op vast voedsel
Na 2 tot 3 jaar zijn bevers volwassen
Een bever is monogaam

Eigenschappen
Bevers zijn schemerdieren dus vooral ’s avonds en ’s ochtends vroeg actief
Bevers kunnen tot wel 5 minuten onder water blijven
De bever heeft zwemvliezen tussen de tenen
Bevers kunnen hun neus en oren dichtknijpen
Een doorzichtig vlies om de ogen beschermt tegen water
Bevers slaan bij gevaar met hun staart op het water

Verspreiding en huisvesting
En beverdam kan meer dan 100 meter lang worden!
Het territorium van de bever kan wel 13 km beslaan
Veel dieren profiteren van de dammen van bevers en vinden er beschutting
Bevers zijn een beschermde diersoort in heel Europa
Bevers komen ook voor in Flevoland, Gelderse Poort en Midden-Limburg

Bevertocht
Tijdens een bevertocht is er aandacht voor de tientallen burchten die deze grote knaagdieren langs de oevers van De Biesbosch bouwden. De bever behoort tot ‘De Grote Vijf’ van de Nationale Parken in Nederland. Kom speuren naar de bever in de Biesbosch. Onder begeleiding van de boswachter ontdek je vanuit de fluisterboot de leefwereld van de bever. Vraatsporen, burchten en glijbaantjes: de boswachter laat het je allemaal zien tijdens de vaartocht door dit spannende natuurgebied.

Vos
De vos is een landroofdier en leeft onder andere in De Biesbosch. Ze worden hier voornamelijk gezien bij aas zoals ganzen en dode reeën, maar eten ook vis. De vos leeft in een burcht die bestaat uit een gegraven gangenstelsel. Met kop en romp is de vos zo’n 80 cm groot, maar met zijn lange staart komt daar nog eens 50 cm bij. Vossen worden 5 tot 7 jaar oud. Regelmatig zijn in De Biesbosch sporen van vossen te vinden, zoals uitwerpselen of pootafdrukken. Omdat ze echte nachtdieren zijn worden de dieren zelf minder vaak gespot.

Ree
De ree is een elegant hertje dat je in bijna heel Nederland tegenkomt. In de Biesbosch leven veel reeën verscholen in de vele hoge doorgeschoten grienden en wilgenvloedbossen. Tijdens periodes met hoog water zijn ze gedwongen het hogerop te zoeken. Wat je misschien niet wist: reeën zijn uitstekende zwemmers! Ze komen (mede daarom) op de vele geïsoleerde eilandjes in het gebied voor. In de winter hebben reeën een grijsbruine en in de zomer een roodbruine vacht. Wil je met eigen ogen een ree zien in De Biesbosch? Je hebt de meeste kans in de schemer. In de winter zijn er ook veldreeën die zich, meer dan bosreeën, als groepsdieren gedragen. Een sprong (groep) veldreeën verblijft regelmatig gedurende een hele winter op een akker op zoek naar resten voedsel.

Boommarter
De boommarter is een nieuwe bewoner van de Biesbosch: sinds 2013 komt hij in het gebied voor. Door onderzoek met zogenaamde cameravallen (life trapping) is vastgesteld dat deze schattige marterachtige in het gehele Nationaal Park voorkomt. De boommarter is ongeveer zo groot als een kat, maar heeft kortere poten en is minder knuffelbaar. Dit kleine roofdier eet vooral muizen, konijnen en eekhoorns, maar ook zangvogeltjes. Het gaat redelijk goed met boommarters in Nederland: de soort breidt nog steeds uit. De vestiging in De Biesbosch is opmerkelijk, maar niet geheel onverwachts. Door het ouder worden van de wilgenvloedbossen wordt het gebied steeds geschikter voor typische bosbewoners. Boommarters maken hun nest in spleten en holen in oude populieren of wilgenbomen.

Haas
De haas is van oorsprong een steppebewoner en heeft een voorkeur voor kleinschalig gras- en bouwland en open veld als akkers en weilanden. Af en toe zie je de haas ook in open bos, heide en kwelders. In De Biesbosch spot je een haas waarschijnlijk op de hooilanden in de Sliedrechtse polder en in de graslandpolder en akkers aan de randen van De Biesbosch. Zie je in het voorjaar hazen door het veld rennen? Het voorste dier is dan hoogstwaarschijnlijk het vrouwtje (een loopse moerhaas) die wordt achternagezeten door het mannetje (ram). In de paartijd (rammeltijd) vechten hazen hevig! Ze staan daarbij als boksers tegenover elkaar en kunnen rake klappen uitdelen. Dit kan een strijd zijn tussen twee rammen om een vrouwtje, maar het kan ook om een vrouwtje gaan dat het mannetje van zich afslaat. In beide gevallen kan je beter uit de buurt blijven!

Noordse woelmuis
De Noordse woelmuis behoort tot de familie van de woelmuizen en is een aparte ondersoort die nergens anders voorkomt. In Nationaal Park De Biesbosch wemelt het van deze zeldzame soort! Deze kleine Biesboschbewoner – 9 tot 16 cm van kop tot romp, met een staart tot bijna 8 cm – is een uitstekende zwemmer en komt mede daarom veel in het gebied voor: water genoeg! En vooral op de geïsoleerde eilandjes in De Biesbosch heeft deze muis weinig te maken met ‘concurrenten’. Noordse woelmuizen zijn goede gravers. Denk je een molshoop te zien in De Biesbosch? Misschien is het wel gegraven door deze woelmuis!

 




 

E-mailen
Bellen